Steeds vaker verschijnen er nieuwsberichten over Chinese bedrijven die azen op Nederlandse ondernemingen. Zijn dit slechts incidenten of vormt het de opmaat van een golf aan Chinese fusies en overnames?
Steeds vaker komen Nederlandse bedrijven bij Chinese ondernemingen op de radar. Het meest bekende voorbeeld is de mislukte overname van kabelfabrikant Draka door het Chinese Xinmao. Of, meer recent, de interesse van twee Chinese autofabrikanten in het noodlijdende Swedish Automobile. Hoewel de besprekingen niet altijd leiden tot een deal en de bedragen die met overnames gemoeid zijn, nog relatief klein zijn, is de overnamehonger van Chinese bedrijven opvallend. Het rechtvaardigt ook de vraag of dit wellicht een voorbode is van een golf aan Chinese fusies en overnames.
Enrico Pennings, bijzonder hoogleraar Toegepaste Industriële Economie, en Bas Karreman, universitair docent Organisatie en Strategie – beiden verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam – verdiepten zich in deze materie.
Zes fusiegolven
Fusies en overnames komen in golven, zo stellen de wetenschappers in Economisch Statistische Berichten van 30 september 2011. Nederland heeft zes fusiegolven achter de rug, die een belangrijke gemene deler hadden: ze waren zonder uitzondering het gevolg van heel specifieke schokken op industrieniveau. De aard van die schokken was heel verschillend. Het kon bijvoorbeeld gaan om radicale veranderingen op technologisch en innovatief gebied, die de opmaat vormden voor de eerste fusiegolf aan het eind van de negentiende eeuw. Maar ook om veranderingen op het gebied van regelgeving, zoals de aanscherping van de mededingingswetgeving (die de aanleiding vormde voor een grote consolidatiegolf vlak na de Tweede Wereldoorlog) of juist de deregulering van de financiële sector (die de opmars van private-equitybedrijven aan het eind van de vorige eeuw vergemakkelijkte).
Ook op dit moment signaleren Karreman en Pennings zo’n schokgolf: de globalisering. Dit thema zal volgens de economen ook in de toekomst belangrijk blijven, gezien de nog beperkte wereldwijde integratie van opkomende markten als Brazilië en China en de verschuivende geopolitieke verhoudingen, in het voordeel van Azië.
Valutareserves
De economen signaleren nóg een belangrijke overeenkomst tussen de zes fusiegolven: er was steeds veel kapitaal beschikbaar om de overnames mee te bekostigen. Ook aan dit criterium wordt momenteel voldaan, althans in Azië. China heeft de afgelopen twee decennia enorme reserves aan buitenlandse valuta opgebouwd. Dat is in zo’n rap tempo gebeurd dat inmiddels bijna 70 procent van de buitenlandse valutareserves zich in Azië bevindt, waarvan ruim 40 procent in China. Omdat bedrijven met grote kasreserves doorgaans actiever zijn op overnamegebied, verwachten Karreman en Pennings dan ook dat de volgende fusie- en overnamegolf wordt gedreven door bedrijven uit Azië, en dan met name China.
Die ontwikkeling sluit bovendien naadloos aan op de internationale expansiestrategie van de Chinese overheid, die is verwoord in het huidige vijfjarenplan 2011-2015. Hierin pleit de Chinese overheid voor een versnelde invoering van de zogeheten ‘go global’-strategie, die Chinese bedrijven aanmoedigt om internationaal te investeren en te acquireren in strategisch belangrijke sectoren als energie, grondstoffen, transport en hightech.
De kans dat deze doelstellingen ook in de praktijk worden behaald, is groot, zo stellen de economen, want de Chinese overheid heeft een flinke vinger in de pap op economisch gebied. Chinese multinationals zijn immers nog steeds voor het overgrote deel staatseigendom. Bovendien zijn er nog geen noemenswaardige problemen met mededingingswetgeving te verwachten, aangezien Chinese multinationals nog slechts beperkte internationale belangen hebben.
Financieringsproblemen
Europese en Amerikaanse bedrijven zullen de Chinezen ook met open armen ontvangen, aangezien veel ondernemingen kampen met financieringsproblemen. Een typisch voorbeeld hiervan is Saabeigenaar Swedish Automobile, dat al diverse – vooralsnog vruchteloze - pogingen heeft ondernomen om Chinese investeerders warm te laten lopen voor een belang in het bedrijf.
Volgens Karreman en Pennings vormt Nederland voor veel Chinese bedrijven een aantrekkelijk doelwit. Vergeleken met veel andere landen in Europa en Noord-Amerika neemt ons land een relatief open en positieve houding aan ten aanzien van buitenlandse overnames. Bovendien biedt Nederland veel interessante investeringskansen, vooral op het gebied van energie, technologie en industriële producten: precies de sectoren die in China aanspreken (zie kader 2).
Vanwege de bovenstaande ontwikkelingen verwachten de twee economen van de Erasmus Universiteit een toename van het aantal acquisitiepogingen door Chinese multinationals. De groei zal volgens hen zelfs zo sterk zijn dat over enkele jaren kan worden gesproken over een zevende fusiegolf.
Welke sectoren?
Verdeling van fusies en overnames vanuit China over sectoren (2000-2010).
- Grondstoffen: 19%
- Financiële en zakelijke dienstverlening: 19%
- Hoogwaardige technologie: 15%
- Industrie en transport: 12%
- Consumentenproducten en -diensten: 12%
- Energie: 12%
- Overig: 11%
Bron: UNCTAD; Thomson One Banker