Voorzitters van centrale banken moeten heel omzichtig te werk gaan. Toch leken de nieuwe topmannen van de Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank, respectievelijk Klaas Knot en Mario Draghi, niet bang om zich te roeren. Hoe was hun debuut? En wat kunnen we van hen verwachten?
Elk woord van een bankpresident wordt op een goudschaaltje gewogen, zeker in periodes van grote economische onzekerheid, zoals tijdens de huidige Europese schuldencrisis. In dat opzicht beleefden Klaas Knot, de nieuwe president van De Nederlandsche Bank (DNB), en zijn collega Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) een ware vuurdoop.
Het debuut van beide bankpresidenten is niet ongemerkt aan de financiële markten voorbij gegaan. Draghi verraste bij zijn aantreden met een onverwachte renteverlaging, terwijl Knot de krantenkoppen haalde met opmerkingen over het beperken van de hypotheekschuld en een mogelijk faillissement van Griekenland.
Grenzen opzoeken
Econoom Liesbeth Noordegraaf-Eelens, die vorig jaar promoveerde op de communicatie van centrale banken, volgt hun verrichtingen met belangstelling. “Klaas Knot zoekt geregeld de grenzen van de communicatie op”, zegt ze. “Hij geeft de indruk dat hij lastige onderwerpen niet uit de weg gaat.”
Ze doelt hiermee onder meer op de opmerkingen van Knot over de hypotheekschuld. Knot zei zich zorgen te maken over de hoge hypotheekschuld in Nederland en het fiscale regime dat aanzet tot maximaal lenen en minimaal aflossen. Dat hij de hypotheek ter sprake bracht, uitgerekend nu de woningmarkt onder druk staat, leidde tot forse kritiek. Dat Knot het over de hypotheekschuld had en niet over de hypotheekrente ¬-het ‘h-woord’– viel overigens nauwelijks op.
“Knot is op dit punt minder terughoudend dan zijn voorganger”, concludeert Noordegraaf-Eelens. “Met zijn opmerking over de woningmarkt liep hij het risico de problemen groter te maken dan ze zijn. Maar het kan ook positief uitpakken. Omdat nu voor het eerst een bankpresident zich over dit onderwerp uitlaat, kan Knot een al jarenlang slepende discussie openbreken.”
Onzekerheid vergroten
Knots opmerking dat hij niet uitsluit dat Griekenland failliet gaat, vond Noordegraaf-Eelens een stuk spannender en gevaarlijker. “Er heerst al grote onzekerheid over Griekenland. Met zijn uitlatingen liep Knot het risico de onzekerheid juist te vergroten, want niemand weet waar een eventueel faillissement precies op uit kan draaien.”
Aan de boodschap over Griekenland valt door de fundamentele onzekerheid geen positieve draai te geven. Met kritische opmerkingen over de hypotheekrenteaftrek kan dat wél. “De aftrek aanpakken kan de woningmarkt gezonder maken en leiden tot een lagere collectieve hypotheekschuld. Daarmee kunnen de economische risico’s worden ingedamd. Dat is een prima verhaal om als bankpresident te brengen.”
Het is lastig om vooraf het effect van communicatie in te schatten, meent Noordegraaf-Eelens. “Een pittige boodschap kan verkeerd vallen. Maar ook juist goed, omdat mensen opgelucht zijn dat een bankpresident eindelijk durft te zeggen waar het op staat.”
Ontspannen
Mario Draghi, de nieuwe president van de ECB, is nog vrij kort in functie, dus over zijn optreden kan Noordegraaf-Eelens nog niet veel te zeggen. “Hij oogde op zijn eerste persconferentie heel ontspannen en lijkt wat losser met de pers om te gaan dan zijn voorganger”, is haar eerste indruk. Zijn ontspannenheid straalt volgens haar vertrouwen uit. “Als je hem ziet spreken, heb je niet het idee dat de wereld gaat instorten. Maar dat gevoel had ik trouwens ook niet als ik zijn voorganger Jean-Claude Trichet zag.”
Maar hoe hij zich ook ontwikkelt, de ruimte voor Draghi om een eigen stempel te drukken is beperkt, meent de econome. “Op communicatief gebied kan dat wel in enige mate, maar inhoudelijk gezien niet zonder meer. Besluiten worden niet alleen door hem genomen; daarvoor heeft hij anderen nodig. Bovendien zijn de structuren van de ECB – voorlopig – nog dezelfde als onder zijn voorganger: Draghi heeft te maken met hetzelfde ambtenarenapparaat als Trichet, de persconferentie heeft dezelfde opzet en de bewoordingen van de toelichting van het rentebesluit zijn gelijk gebleven. We moeten niet de illusie hebben dat Draghi in zijn eentje de euro kan redden. Daarvoor is de situatie in Europa te complex en zijn bewegingsvrijheid te beperkt.”