De Europese schuldencrisis is voorlopig nog niet uitgewoed. Deze termen moet u kennen om helemaal bij te zijn. Van big bazooka tot zeuro.
De ‘top der toppen’ van afgelopen week heeft vooralsnog geen definitief einde gemaakt aan de Europese schuldencrisis. MarketMinds zet een aantal termen op een rij die van pas komen om het nieuws goed te kunnen volgen.
De strohalm waaraan beleggers zich vastklampen: de big bazooka met veel geld als de ultieme oplossing om de crisis te bezweren, speculatie de kop in te drukken en de financiële markten weer vertrouwen te geven. Aanvankelijk was de hoop gevestigd op het Europese noodfonds, maar dat is volgens veel economen te klein om de big bazooka-functie waar te kunnen maken. De hoop is nu gevestigd op de Europese Centrale Bank, die in theorie onbeperkt extra geld in omloop kan brengen en dus oneindige vuurkracht heeft. De ECB zelf voelt daar echter niet veel voor, onder andere omdat het in strijd is met haar belangrijkste missie: de prijsstabiliteit bewaken.
Begrotingstekort
Hiervan is sprake als de geplande uitgaven van het Rijk in een jaar hoger liggen dan de begrote inkomsten. Dit ligt in Griekenland rond de 10 procent van het bruto binnenlands product. Spanje kampt met een tekort van 9,2 procent, maar de nieuwe premier Mariano Rajoy wil dat via forse bezuinigingen volgend jaar terugdringen naar 4,4 procent. In Italië komt het tekort dit jaar waarschijnlijk uit op 3,8 procent.
CDS
Afkorting voor Credit Default Swaps, kredietverzekeringen waarmee beleggers zich kunnen indekken tegen een default (zie Default).
Chaotisch faillissement
Niet-geregisseerd faillissement, waarvan de uitkomst hoogst ongewis is. Deze situatie maakt het voor een land wel aantrekkelijk om de eurozone te verlaten: als de euro wordt verwisseld voor een eigen, zwakke munt kan dat de concurrentiekracht van een land sterk verbeteren en helpen het tekort op de lopende rekening te verminderen.
Een faillissement van een land heeft echter grote gevolgen. Beleggers in obligaties moeten maar afwachten wat ze van hun investering terugzien. Voor de bevolking kunnen er tekorten aan goederen ontstaan, doordat de import in gevaar komt. Ambtenaren lopen het risico geen salaris te ontvangen.
Credit event
De schrik van elke belegger: een situatie waarbij schulden niet meer kunnen worden terugbetaald of een staatsobligatie onder vuur komt te liggen.
Debt-to-GDP-ratio
Andere benaming voor schuldquote: de schuldenlast van een land ten opzichte van de omvang van de totale economie.
Default
Situatie van wanbetaling en/of een faillissement.
Doorrollen
Aflossen van oude obligaties met nieuwe obligaties die dezelfde waarde vertegenwoordigen. In de praktijk betekent dit een verlenging van de looptijd.
EFSF
De European Financial Stability Facility, een noodfonds dat in mei 2010 is opgericht om Europese landen die in zwaar weer verkeren, financieel te ondersteunen. De Europese regeringsleiders besloten dit jaar het EFSF een permanente status te geven in de vorm van het ESM, dat komend jaar in werking moet treden (zie ESM).
ESM
Europees Stabiliteitsmechanisme (de opvolger van de EFSF), dat per 1 juli 2012 ingaat.
Eurobonds
Europese obligaties: staatsobligaties die niet door elk land afzonderlijk worden uitgegeven, maar door alle eurolanden samen. Op die manier staan de lidstaten van de eurozone garant voor elkaars schulden. Een voordeel van deze constructie is dat zwakke eurolanden niet langer speelbal kunnen worden van speculanten. Bovendien gaan ze een flink lagere rente betalen op hun leningen. Echter, landen die nu een lage rente op hun obligaties kennen, zoals Duitsland en Nederland, zullen juist duurder uit zijn.
Financieringstekort
Begrotingstekort minus aflossingen op de staatsschuld.
Gecontroleerd faillissement
Faillissement waarbij de risico’s zo veel mogelijk in goede banen worden geleid, met instemming van de Europese partners (in tegenstelling tot een chaotisch faillissement, zie aldaar). Een ordelijk verlopen faillissement maakt het voor een land mogelijk om in de eurozone te blijven.
Haircut
Korting op het af te lossen bedrag van een staatsobligatie. Bij een haircut van 20 procent ziet de belegger niet zijn volledig uitgeleende bedrag terug, maar slechts 80 procent. Kan riskant zijn, omdat het een credit event (zie credit event) kan uitlokken.
Neuro
Een gezamenlijke munt voor de noordelijke EU-lidstaten, waarover geregeld wordt gespeculeerd. Of deze er komt is zeer de vraag. De invoering van deze munt brengt hoge kosten met zich mee. Daarnaast staan de Europese verdragen invoering in de weg, omdat uittreding uit de monetaire unie alleen mogelijk is als ook de EU vaarwel wordt gezegd.
Opkoopprogramma obligaties
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft inmiddels al ruim 200 miljard euro aan staatsobligaties uit Zuid-Europese schuldenlanden opgekocht. Doel is het aanbod van dat schuldpapier te verminderen en daarmee ook de rente die deze landen over hun schulden moeten betalen. Hierdoor hoeven deze landen niet tegen torenhoge rentetarieven te lenen. Een gevaar van de opkoopacties is dat de onafhankelijkheid van de ECB in het geding komt. De bank krijgt steeds meer zelf belangen en wordt daarmee zelf een speler in de crisis.
PIIGS
Denigrerende benaming voor Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje: de zwakke landen uit de eurozone. Ook wel de olijflanden genoemd.
Privatisering
Proces waarbij het bezit van bedrijven overgaat van de overheid naar de particuliere sector. Griekenland moet momenteel veel staatsbedrijven verkopen om de gigantische schuldenberg terug te dringen. Dat is geen overbodige luxe, want veel Griekse staatsbedrijven kampen met forse schulden. De beloofde privatisering loopt echter bepaald niet op rolletjes. Er worden veel minder bedrijven verkocht dan verwacht en de opbrengsten vallen tegen.
Recessie
Negatieve economische groei. In de praktijk wordt wel van een recessie gesproken als de groei van het bruto nationaal product gedurende twee opeenvolgende kwartalen negatief is. Van de olijflanden staat Griekenland er het slechtst voor. De economie zal daar dit jaar waarschijnlijk met 6 procent krimpen. In Italië wordt een krimp van 0,4 procent voorzien, die volgend jaar naar verwachting wordt omgebogen in een bescheiden groei van 0,3 procent.
Schaduweconomie
Financiële transacties die aan het oog van de belastingdienst onttrokken zijn, zoals contante betalingen aan artsen, banken, advocaten en taxichauffeurs. Zo maakt de Griekse schaduweconomie naar schatting ongeveer een derde deel uit van de officiële economie, wat de Griekse staat miljarden euro's per jaar kost. De jacht op belastingontduikers verloopt er moeizaam. Van de uitstaande geldboetes voor dit vergrijp weet de staat naar verluidt slechts 20 procent te innen. Circa 40 procent wordt afgeschreven en de resterende 40 procent verdwijnt in de zakken van de opsporingsambtenaar, zo meldde een hoge ambtenaar onlangs.
Schuldenunie
Monetaire unie die zich kenmerkt door hoge staatsschulden van de lidstaten. Deze term was genomineerd voor Woord van het jaar 2011, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen ‘tuigdorp’.
Staatsschuld
Schuld van een overheid, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). De schuld van Griekenland is 350 miljard euro, wat 150 procent van het bbp is. Ook Italië staat er niet best voor, met een staatsschuld van circa 120 procent van het bbp, het dubbele van de 60 procent die is toegestaan in de eurozone. De staatsschuld van Spanje bedroeg in het derde kwartaal van 2011 66 procent van het bbp.
Stempelcultuur
Efficiëntie is in Griekenland ver te zoeken, zo klaagde Bob Traa, de Nederlandse vertegenwoordiger van het IMF onlangs. Bedrijven moeten voor benodigde vergunningen langs ‘zes, zeven ministeries’. Dat staat de economische groei in de weg. Op de ranglijst van de Wereldbank van landen waarmee het makkelijk zakendoen is, bekleedt Griekenland van de 183 landen de 109e plaats. Dit is vooral te wijten aan de sterke bureaucratie. Griekenland telt naar schatting circa 800.000 ambtenaren, op een bevolking van 11 miljoen. De Griekse regering wil daar flink in snoeien, maar dat komt niet goed van de grond. Van de 30.000 overheidsbanen die dit jaar zouden verdwijnen, zijn er slechts 5.000 geschrapt. 4.000 hiervan betreft ambtenaren die zelf ontslag hebben ingediend om met vervroegd pensioen te kunnen. Dit kost de staat bijna dubbel zoveel.
Steriliseren
Door de geldpers aan te zetten kan de ECB veel problemen de kop indrukken. Maar dit leidt ook tot inflatie. Om dat te voorkomen, compenseert de ECB de aankoop van staatsobligaties door banken geld te laten storten waar ze een tijd niet bij kunnen. Zo blijft er netto evenveel geld in omloop. Aan dit zogenoemde steriliseren zit uiteraard wel een grens, want banken kunnen niet onbeperkt bijstorten.
Super Mario
Deze bijnaam, ontleend aan de gelijknamige Nintendo-held, wordt gedeeld door twee Italianen : ECB-voorman Mario Draghi en de nieuwe Italiaanse premier Mario Monti. De verwachtingen van deze mannen die de schuldencrisis te lijf moeten gaan, zijn hoog gespannen.
Technocraten
In drie schuldenlanden – Italië, Griekenland en Spanje – heeft onlangs een regeringswissel plaatsgevonden. De eerste twee landen worden momenteel geleid door technocratische regeringen, waarover de kiezer niet veel te zeggen heeft. Een voordeel hiervan is dat technocraten geen last hebben van partijpolitieke gevoeligheden. Maar het maakt zo'n regering ook kwetsbaar, omdat een overtuigend mandaat van de kiezer ontbreekt. In Spanje is daarvan wel sprake.
Too big to fail
Een kwalificatie voor organisaties die zo groot zijn dat de overheid niet kan toestaan dat deze failliet gaan, omdat het financiële systeem erdoor wordt ondermijnd. Dit gaat op voor een aantal grote systeembanken, maar kan ook gelden voor landen. Italië en Spanje worden vaak beschouwd als te groot om te laten vallen.
Top der toppen
Benaming van de ultieme Eurotop die de Europese schuldencrisis moet oplossen. Er zijn er inmiddels al vijf geweest, met vaak een mager resultaat. De zesde is in januari op komst, om het EU-akkoord dat onlangs is gesloten handen en voeten te geven.
Werkloosheid
Een groot probleem in veel olijflanden. Spanje kampt met een werkloosheid van 22,8 procent. Ook Griekenland gaat die richting op, met een werkloosheid van boven de 18 procent. De werkloosheid in Portugal is met 12,9 procent iets boven het gemiddelde van de eurozone (10,3%). Italië zit er met 8,5 procent iets onder.
Zeuro
Tegenhanger van de neuro, maar dan voor zuidelijke landen, zoals Spanje, Portugal, Griekenland en Italië (zie ook Neuro).