Net als in de rest van de wereld vertraagt ook in China de economische groei. Dit is anders dan elders in de wereld een bewuste keuze van beleidsmakers. Als men zou willen dan kan de groei zo weer opgepept worden. Op dit moment is het krapgeldbeleid nog gericht op bestrijding van inflatie. De laatste cijfers duiden er echter op dat prijsdruk vermindert, terwijl de groei verder onder druk komt. Daarom werd op 30 november jl. via een verlaging van de reserveverplichtingen voor banken het signaal gegeven dat men klaar is om indien nodig de monetaire teugels te vieren.
China voert een strijd tegen inflatie in het algemeen, maar in het bijzonder tegen de stijging van huizenprijzen. Een kruistocht wordt gevoerd om speculatieve vraag de kop in te drukken met administratieve maatregelen die de aanschaf van een tweede huis aanzienlijk moeilijker maken. De geloofwaardigheid van de huidige regering staat op het spel als de doelen niet bereikt worden en dus klinkt er krachttaal vanuit Beijing op dit gebied. Dit gebeurt tegen de achtergrond van een machtsoverdracht die in 2013 zal plaatshebben. Tegen die tijd moet het doel bereikt zijn (10-20% lagere huizenprijzen) en dan kan de nieuwe regering zich wellicht weer wat soepeler opstellen. De eerste resultaten zijn er, want in de maand oktober daalde de gemiddelde huizenprijs in de grote steden voor het eerst. Ondertussen dendert het programma voor constructie van 10 miljoen sociale woningen gewoon door.
Het andere zorgenkind in China zijn de leningen die verstrekt zijn in 2009 en 2010 om de groei te stimuleren. Een deel daarvan zal nu problematisch gaan worden omdat de cash flow van de gefinancierde projecten tegen blijkt te vallen. Banken en overheid doen er alles aan om de omvang van de problemen in kaart te brengen en de schadelijke gevolgen in de kiem te smoren. Het is bemoedigend te zien hoe snel er gereageerd wordt en hoe veel openheid er ook betracht wordt. Is dit nou communistisch China? Europa zou hier nog wel een lesje slagvaardigheid kunnen oppikken! Het is onwaarschijnlijk dat het bankensysteem in twee jaar tijd zoveel probleemleningen aan boord heeft gehaald dat de bankbalansen daardoor in gevaar komen. Vooral ook omdat de banken zeer proactief al eerder dit jaar vers kapitaal hebben opgehaald in de markt. Ze kunnen nu dus wel een flinke stoot hebben.
De Chinese groei wordt allang niet meer gedreven door de exporten, maar als de situatie nijpend wordt kan het wisselkoerswapen nog worden ingezet: een tijdelijk halt aan de appreciatie van de yuan om marktaandeel te winnen. Aan de consumptiekant wordt de snelle stijging van winkelverkopen gedreven door al even snelle loonstijgingen en dat is zeker houdbaar. Voor wat betreft de investeringen lijkt een verdere vertraging onvermijdelijk nu er de afgelopen jaren zoveel infrastructuur en vastgoed is ontwikkeld. Extra groei kan desnoods wel gefinancierd worden vanuit de zeer gematigde overheidstekorten. Vermoedelijk zal een nieuwe regering zich meer op uitgaven in de dienstensfeer (onderwijs en gezondheidszorg) en het sociale vangnet zal richten. Al met al heeft China voldoende munitie om een bodem onder de groei te leggen rond circa 7-8%. Dat is een vertraging in vergelijking met de 9-10% waar we aan gewend zijn geraakt maar een economie op weg naar volwassenheid ziet onvermijdelijk de groeipercentages langzaam verminderen. Geen reden tot paniek.
Buitenlandse waarnemers zijn altijd overmatig bezorgd over de Chinese economie en kunnen nauwelijks geloven dat het land zich zo stabiel blijft ontwikkelen. U zult dus regelmatig (en ook in deze krant) verhalen blijven lezen dat de economie zal instorten. Chinese beleidsmakers zijn echter veel pragmatischer en slimmer dan menigeen denkt. De huizencrash die velen voorspellen zal niet plaatsvinden, daarvoor is de onderliggende vraag gewoon veel te sterk. Inkomens zijn over de laatste tien jaar in China sneller gestegen dan de huizenprijzen.
Het is niet ondenkbaar dat China in de verre toekomst een keer geconfronteerd zal worden met de ongebalanceerde kapitaalallocatie van de economie, waarin teveel geld naar staatsbedrijven toestroomt en te weinig naar de private sector. In 2012 zal dit probleem echter nog geen rol spelen en verwacht ik een mooie zachte landing voor de Chinese groeimotor. Voor problemen op de korte termijn, raad ik u aan vooral dichtbij huis te blijven kijken en vertrouwen in China te stellen.

Arnout van Rijn, oktober 2011.
CIO Hong Kong en fondsmanager Robeco Asia-Pacific Equities