China heeft vorig jaar de belangrijkste economische valkuilen omzeild. Het land stevent in 2012 af op een robuuste economische groei die net iets lager ligt dan het imposante tempo waaraan beleggers in het vorige decennium gewend zijn geraakt.
De economische groei van China wordt tegenwoordig niet meer in de dubbele cijfers geschreven zoals tussen 2000 en 2010 gebruikelijk was, maar volgens Robeco-fondsmanager Victoria Mio hoeven beleggers zich voorlopig geen zorgen te maken over een te snelle terugval van dit tempo. Volgens haar zijn er drie redenen om te verwachten dat de groei in de voorzienbare toekomst uitkomt op 8 procent á 9 procent. De eerste daarvan is een toenemende consumptie. In het meest recente vijfjarenplan van de communistische partij is inkomensgroei voor het eerst een concrete doelstelling die is verbonden met het economisch groeitempo.
De tweede factor is de urbanisatie. De trek naar de steden tekent zich volgens Mio steeds meer in het binnenland af, zodat ook in deze gebieden veel Chinezen hun boerenbestaan inruilen voor een beter betalende kantoor- of arbeidersfunctie. De laatste factor is de verschuiving die zich aftekent van arbeidsintensieve naar technologie-intensieve productie. Terwijl de lagelonenfabricatie verschuift naar andere landen in de regio legt China meer de nadruk op meer innovatieve productie van bijvoorbeeld zonnepanelen en hogesnelheidstreinen, waarvan de toegevoegde waarde aanzienlijk hoger ligt.
Bedrieglijk lage schuldenlast
De economische expansie zorgt ervoor dat de schuldproblemen China niet snel zo ver boven het hoofd zullen groeien zoals momenteel gebeurt bij Griekenland. De bruto overheidsschuld komt momenteel uit op ongeveer 34 procent van het bruto binnenlands product. Dat percentage steekt gunstig af bij Griekenland (ongeveer 150 procent) de Verenigde Staten (circa 100 procent) en Japan (ruim 200 procent), maar onlangs werd echter gesuggereerd dat de werkelijke schuld veel hoger zou zijn als ook rekening gehouden wordt met lokale overheden en herstructureringskosten en verplichtingen van banken.
Wanneer die schulden worden meegenomen, stijgt het percentage tot ongeveer 80 procent. Het is zeer waarschijnlijk dat de centrale overheid te hulp moet schieten om een deel van de schuld van lokale overheden over te nemen. In dit scenario blijft er minder ruimte over om een vertraging van de economie op te vangen. Maar een sterke verzwakking van de economie ligt echter niet voor de hand.
Inflatiegevaar inperken
Als het niet nodig is om de economie in 2012 een flinke stimulans te geven, kan een ander Chinees gevaar ook naar de achtergrond verdwijnen. De inflatie bereikte in juli 2011 een niveau van 6,5 procent op jaarbasis en dat was het hoogste niveau in drie jaar. Een oplopende inflatie wordt door economen gezien als signaal dat de Chinese economie oververhit raakt en er is de overheid veel aan gelegen om te voorkomen dat dit percentage al te ver boven de officiële doelstelling van 4 procent uitstijgt. Als gevolg van onder meer aangescherpte bankvoorwaarden is de inflatie de laatste maanden stapsgewijs teruggevallen tot 4,2 procent.
Voor het lopende jaar voorspelt Mio een inflatie van 4 procent als gevolg van de geleidelijke afkoeling van de economie door strengere kapitaaleisen voor de banken en door het geleidelijk wegvallen van het effect van de gestegen voedselprijzen. De teruglopende inflatie geeft de overheid in haar ogen de mogelijkheid om de monetaire teugels wat te laten vieren en om bepaalde segmenten te stimuleren, zoals kleine ondernemingen, sociale woningen en landbouw.
Goede groeivooruitzichten
De combinatie van een hoog blijvend economisch groeitempo, een teruglopende inflatie en een behapbare schuldenlast is overigens geen garantie voor stijgende beurskoersen. Vorig jaar groeide de economie bijvoorbeeld met naar schatting 9,3 procent en de grootste economische valkuilen werden vermeden. De bedrijfswinsten lieten over de brede linie een mooie groei zien, maar desondanks viel de Hang Seng-index in Hong Kong met 19% terug en de Shanghai Composite Index daalde met 22% tot het laagste niveau sinds 2009. De belangrijkste oorzaak van de koersdalingen is de risicoaversie bij westerse beleggers. Geldstromen uit de Verenigde Staten en uit Europa zijn een belangrijke factor op de Chinese aandelenmarkten.
Door het onzekere economisch klimaat in de westerse wereld kiezen financiële partijen in deze regio’s ervoor om hun geld uit China terug te trekken naar de thuismarkt. Mio waarschuwt dan ook dat beleggers goed de ontwikkelingen rond de Europese schuldencrisis in de gaten moeten houden voordat ze positie kiezen en zich niet blind moeten staren op het gunstige overheidsbeleid en de waardering van Chinese aandelen die beneden het historisch gemiddelde ligt.