De zorgkosten nemen toe, terwijl veel landen tegelijkertijd fors moeten bezuinigen. Hoe gaan bedrijven in de zorgsector daarmee om? En waar liggen de kansen voor beleggers?
De zorgkosten dijen wereldwijd flink uit. Veel landen kampen met vergrijzing en de levensverwachting neemt toe, waardoor een groter beroep op de gezondheidszorg wordt gedaan. Bovendien stijgt het aantal zieken, doordat dankzij de hoge kwaliteit van de gezondheidszorg steeds meer ziekten niet langer dodelijk zijn, maar chronisch. Verder worden steeds meer medicijnen op de markt gebracht die specifiek voor een bepaalde ziekte zijn ontwikkeld. Deze middelen bieden een grotere kans op genezing, maar zijn ook relatief prijzig. Ze zijn immers slechts voor een nichemarkt bedoeld, waardoor de (ontwikkel)kosten over minder patiënten moeten worden verdeeld.
In de Verenigde Staten slokken de zorgkosten inmiddels 17,4 procent van het bruto binnenlands product op. Ook in Europa loopt de rekening flink op. In Nederland zijn de zorgkosten de afgelopen tien jaar met 66 procent gestegen. Ons land geeft na de VS het meest uit aan zorg: 12 procent van het bruto nationaal product. Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Canada en Zwitserland komen daar dicht bij in de buurt.
Zorgkosten beteugelen
Dit lijkt een positieve ontwikkeling voor bedrijven die in de gezondheidszorg actief zijn, maar de oplopende kosten keren zich ook tegen de sector. Veel westerse landen, die al kampen met een forse schuldenlast, zien zich gedwongen de zorgkosten te beteugelen.
Dit leidt tot een toenemende vraag naar goedkopere, patentvrije medicijnen, een drang tot meer efficiency in de zorg, extra aandacht voor ziektepreventie en een gezonde levensstijl, en een toenemende vraag naar medische apparatuur waarmee vroege diagnoses worden gesteld. Bedrijven in de zorgsector moeten daarom rekening houden met een sterker kostenbewustzijn, maar deze ontwikkeling biedt ook kansen voor ondernemingen die op deze trends inspelen.
Verlopen patenten
Voor grote farmaceutische bedrijven komt er nog een probleem bij. Van veel belangrijke kaskrakers in de farmaceutische industrie – medicijnen die jaarlijks meer dan 1 miljard dollar omzet opleveren – loopt de komende jaren het patent af. Concurrenten mogen dan goedkopere kopieën van het desbetreffende medicijn als generieke geneesmiddelen op de markt brengen. Aangezien overheden meer op de kleintjes letten, vinden deze medicijnen gretig aftrek.
Die ontwikkeling dwingt de fabrikanten van blockbustermedicijnen om op zoek te gaan naar alternatieve inkomstenbronnen. Om nieuwe producten in de pijplijn te brengen, schroeven veel farmaceutische bedrijven hun investeringen in research & development op. Ook zoeken veel grote concerns via fusies, overnames en samenwerkingsverbanden aansluiting bij bedrijven in de biotechnologie. Dit biedt overigens ook kansen voor kleinere biotechbedrijven, want zij zien als gevolg van de economische crisis de reguliere geldstromen opdrogen.
Breder aanbod
Farmaceutische bedrijven proberen ook hun activiteitenpalet uit te breiden, zodat ze niet van één product afhankelijk zijn. Ze gaan bijvoorbeeld ook medicijnen voor dieren ontwikkelen, goedkopere medicijnen verkopen of hun aanbod vergroten met bijvoorbeeld medische apparatuur, hulpmiddelen, speciale voeding en zorgdiensten.
Opkomende markten
Kansen zijn ook te vinden in opkomende markten als China en Brazilië. Daar leidt de toenemende welvaart tot een stijgende vraag naar zorg. Dit is niet alleen te danken aan de toenemende levensverwachting in deze landen, maar ook aan het feit dat inwoners bereid zijn dieper in de buidel te tasten voor goede zorg. Veel consumenten in opkomende markten geven de voorkeur aan gevestigde namen boven goedkopere alternatieven van onbekende fabrikanten. Dit biedt kansen voor farmaceutische bedrijven om met blockbustermedicijnen waarvan het patent is verlopen, nieuwe markten aan te boren.
De prijzen van geneesmiddelen zijn in emerging markets doorgaans wel lager dan in ontwikkelde landen. Maar doordat ook de productie- en marketingkosten lager zijn en in veel opkomende landen geen centraal gestuurde inkoop plaatsvindt, gelden veelal toch aantrekkelijke marges.
Niet alleen farmaceutische bedrijven kunnen profiteren van de toenemende zorgvraag in opkomende markten; ook andere ondernemingen die producten en diensten leveren om gezond te blijven, kunnen hier goede zaken doen. In veel opkomende markten wordt meer geld besteed aan hygiëne en voedingssupplementen. En in China stijgt de vraag naar gezonde voeding en medicijnen tegen bloeddruk, diabetes en hartaandoeningen, doordat een verandering in het eetpatroon de afgelopen tien jaar heeft geleid tot een verdubbeling van het aantal Chinezen met overgewicht.
Aan opkomende markten kleven echter ook risico’s. Veel landen ontberen vooralsnog een uitgebreid zorgverzekeringsstelsel. Patiënten moeten zelf voor de zorgkosten opdraaien, waardoor – net als in het westen – de prijs een belangrijke factor is.
Nieuw medicijn, lange adem
De inspanningen van farmaceutische bedrijven om nieuwe medicijnen op de markt te brengen, bieden geen garantie voor succes. Voordat een geneesmiddel in de schappen ligt, zijn eerst uitgebreide wetenschappelijke studies nodig. In die fase valt niet uit te sluiten dat positieve conclusies door vervolgonderzoeken onderuit worden gehaald. Als alle onderzoeken zijn afgerond, volgt een nieuwe hindernis: de autoriteiten moeten groen licht geven om het medicijn op de markt te brengen. Ook dit is geen automatisme.