Beleggen in obligaties van uitsluitend duurzame bedrijven is een defensieve maatregel die het neerwaartse risico beperkt. Jan Willem de Moor, fondsmanager van Robeco Euro Sustainable Credits, legt uit waarom.
Hoewel duurzaam beleggen inmiddels vrij gebruikelijk is in het aandelenuniversum, is het voor bedrijfsobligaties nog een nieuwe ontwikkeling. Dat is op zich vreemd want een van de belangrijkste voordelen van duurzaam beleggen heeft vooral betrekking op vastrentende producten, namelijk het vermijden van de gevolgen die bedrijven ondervinden als ze slecht presteren op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur (hierna ook aangeduid met de Engelse afkorting ‘ESG’ (environment, social and governance)).
Dit komt omdat obligatiebeleggers hele andere doelstellingen hebben dan aandelenbeleggers. Aandelenbeleggers zijn gewoonlijk op zoek naar stijgingspotentieel en proberen dus winnaars te vinden. Logisch, want de best presterende aandelen hebben een enorm opwaarts potentieel, veel meer dan een individuele obligatie.
Focus op vastrentende waarden bij beheersen neerwaarts risico
Bij vastrentende waarden is het juist andersom: de focus ligt op neerwaartse bescherming. Een obligatiebelegger is op zijn hoede voor obligaties van een bedrijf dat zijn schulden niet aflost of failliet gaat.
“De kern van onze beleggingsfilosofie is het vermijden van grote verliezers en het beheersen van neerwaartse risico's,” aldus Jan Willem de Moor. “Dat is belangrijker dan het selecteren van winnaars. En duurzaamheid is een extra manier om verliezers te vermijden.”
ESG-analyse draagt bij aan waarheidsgetrouwer beeld van het algemeen risico
De reden hiervoor is dat gedetailleerde ESG-informatie een beter inzicht geeft in bedrijven. Uiteindelijk leidt het tot een groter bewustzijn van de potentieel negatieve invloed van ESG-factoren (bijvoorbeeld zwak ondernemingsbestuur) op het bedrijfsresultaat en de kredietwaardigheid.
“Het gebruik van duurzaamheid als extra factor in ons besluitvormingsbeleid naast de gebruikelijke analytische tools, zoals het beoordelen van het kasgenererend vermogen van een emittent, de kwaliteit van de cashflow en het vermogen om schulden af te lossen, kan een nauwkeuriger oordeel opleveren van de risicopremie die nodig is om het totale risico te compenseren", zegt De Moor.
Uiteraard nemen alle vastrentende producten van Robeco (inclusief de twee andere credit-fondsen, Robeco Euro Credit Bonds en Robeco Investment Grade Corporate Bonds) op dit moment factoren op het gebied van verantwoord ondernemen mee in hun fundamentele analyse. Dit geldt ook voor Euro Sustainable Credits.
Onderste 50% van bedrijven qua duurzaamheidscriteria wordt uitgesloten
Het verschil met Euro Sustainable Credits is dat de 50% minst duurzame bedrijven worden uitgesloten van de portefeuille. Deze beperking op het beleggingsuniversum laat zien dat het fonds een grote voorkeur heeft voor de meest duurzame bedrijven in elke sector. “Alleen de beste bedrijven worden opgenomen in de portefeuille,” merkt De Moor op.
Op basis waarvan worden bedrijven beoordeeld als wel of niet duurzaam? Het creditteam baseert dit grotendeels op de ESG-scores van SAM*, een Zwitserse dochteronderneming van Robeco die zich volledig richt op duurzaam beleggen.
Hierdoor kunnen de analisten van het team aanbevelingen doen waardoor de ranglijst verandert. Zo zou een bedrijf uit de onderste helft bijvoorbeeld op kunnen schuiven naar de bovenste helft.
Marktleider BMW opgenomen in portefeuille
Laten we eens kijken naar de bedrijven die zijn opgenomen in de portefeuille. BMW is een van de bedrijven waarin het fonds een positie heeft. Volgens de ranglijst van SAM is de Duitse autoproducent het meest duurzame bedrijf in de sector.
“Het bedrijf heeft andere bedrijven overtroffen door een ongekende betrokkenheid te tonen op het gebied van milieubewustzijn,” merkt De Moor op: “Zo stelt BMW bij de keuze en verwerking van materialen voorop dat het milieu en natuurlijke hulpbronnen worden ontzien. Dit geldt voor de productiesystemen, maar ook voor de materialen die in de logistiek worden gebruikt, en voor het recyclen en het verwijderen van oude auto's.”
BMW illustreert ook de filosofie van het fonds om marktleiders te kiezen. Andere marktleiders zijn Xstrata (eerste van de vier bij de mijnbouwbedrijven), Siemens (eerste van de vijf bij de gediversifieerde industriële ondernemingen) en Total (eerste van de acht bij de geïntegreerde olie- en gasbedrijven).
Gebalanceerde en gespreide portefeuille
Ondanks de focus op meer duurzame bedrijven (en het uitsluiten van hun minder duurzame tegenhangers) heeft het fonds een gebalanceerde en gespreide portefeuille. “De portefeuille heeft een laag tot middelmatig risico. De bèta is niet te agressief", legt De Moor uit. "Hoewel we zeer overtuigd zijn van onze bottom-upselectie, slagen we er in de ex-ante tracking error onder de limiet van 3% te houden."
Over het algemeen heeft het fonds de grootste positieve actieve posities in de banksector en de sectoren verzekeringen, basisindustrie en consument defensief. De grootste onderweging bevindt zich in financiële bedrijven, communicatie en nutsbedrijven.
De Moor merkt op dat de overweging van financials het resultaat is van een combinatie van top-down- en bottom-up-factoren, terwijl waardering de belangrijkste reden is voor de lage weging van nutsbedrijven.
Positieve vooruitzichten voor bedrijfsobligaties
De positieve punten van de duurzame aanpak worden momenteel versterkt door optimistische vooruitzichten voor staatsobligaties in het algemeen. “Creditspreads zijn de afgelopen tijd uitgelopen door de zorgen over de fiscale situatie in Europa. Hoewel we deze onzekerheid erkennen, zijn we van mening dat een omgeving van gematigde groei, stijgende winst, afbouw van schulden en een lage officiële rente positief is voor credits van een hogere kwaliteit", zegt De Moor.
En dat is nog niet alles. Vanuit historisch oogpunt zitten creditspreads nog steeds op een hoog (d.w.z. goedkoop) niveau. Daar komt bij dat de depositorente in de banksector waarschijnlijk nog een tijdje laag blijft door de huidige onrust. Uiteindelijk moet dit de vraag naar credits ondersteunen. Ten slotte is ook de nieuwe regelgeving voor banken, bijvoorbeeld hogere solvabiliteitsratio's, gunstig voor beleggers in credits.
* SAM heeft meer dan tien jaar ervaring met de analyse van duurzaam ondernemen en werkt samen met Dow Jones Indexes en STOXX Limited in de publicatie en het licentiëren van de wereldwijd erkende Dow Jones Sustainability Indexes (DJSI). SAM is ook bekend van het ‘Sustainability Yearbook’, een zeer uitgebreid naslagwerk waarin ’s werelds belangrijkste ondernemingen op het gebied van duurzaamheid worden besproken.
De door BMW, Xstrata, Siemens en Total uitgegeven obligaties werden gehouden door het fonds Robeco Euro Sustainable Credits op het moment van schrijven half juni. De vermelde obligaties zijn voorbeelden en dienen uitsluitend ter informatie en zijn niet bedoeld als enige vorm van beleggingsadvies. Jan Willem de Moor heeft zelf geen posities in deze obligaties.
"Rabobank en Robeco komen als eerste met een 'groen' beleggingsfonds dat geld steekt in milieuvriendelijke projecten."
En verderop las ik dat in hoofdzaak in windenergie zou worden geïnvesteerd.
Wat mij nou zo irriteert is dat kritiekloos wordt aangenomen dat windenergie een oplossing zou zijn voor het klimaatprobleem. NIETS IS MINDER WAAR!!!
Windturbines worden zo geconstrueerd dat zij een bepaald vermogen, zeg 1000 kW, KUNNEN opwekken (overigens gebruiken politici een zeer ridicule eenheid van vemogen, nl. "huishoudens"). Nooit wordt erbij gezegd dat dit vermogen slechts geldt bij een windkracht van 7 Bf, zeg ongeveer 55 km/h. Deze windkracht komt in ons land uiterst zelden voor. Op de grens van 4 à 5 Bf hebben we een windsnelheid van de helft, dus ong. 27,5 km/h. Maar het geleverde vermogen is evenredig met de derde macht van de windsnelheid, dus bij 27,5 km/h is dit vermogen 0,5^3 x 1000 = 125 kW! En ook deze windsnelheid komt niet vaak voor. De meest voorkomende windsnelheid is 15 km/h (3 Bf) en dan resteert er nog slechts een vermogen van 20 kW (= 1/50e van het geïnstalleerde vermogen!).
Dit betekent dus dat het geleverde vermogen heftig fluctueert en absoluut niet aansluit bij de vraag naar energie. Ergo, deze windturbines moeten zwaar worden ondersteund door gasgestookte stand-by staande centrales. De voormalig fysicus bij het CERN, prof Dr. Fred Udo, heeft onlangs berekend dat daardoor bij gebruik van windturbines meer CO2 wordt uitgestoten dan via conventionele centrales!
Ik vind dat Robeco dit even weten moet om zich niets te laten wijsmaken door politici, die nagenoeg niets begrijpen van exacte wetenschappen en zich door belanghebbenden een oor laten aannaaien!
Het is w.m.b. van het allergrootste belang voor onze economie dat investeringen in windmolens zo snel mogelijk worden gestopt!