De recente olielekkages in de Mexicaanse Golf sterken de overtuiging bij velen dat er een alternatief moet komen voor fossiele brandstoffen. Brandstoffen uit hernieuwbare bronnen als maïs en suikerbiet kunnen dan ook rekenen op aandacht van het publiek en die van beleggers.
Het gebruik van biobrandstoffen is veel minder nieuw dan de meeste mensen denken. Voordat we de fossiele brandstoffen ontdekten, gebruikten we namelijk al decennia hout, olie en vet als energiedragers. De eerste auto’s reden op olie. Anno 2010 vormen de biobrandstoffen een vervanger van fossiele brandstoffen, waarvan het gebruik om verschillende redenen minder aantrekkelijk is.
Beleggen in deze trend kan op verschillende manieren. De meest directe manier is een belegging op de goederentermijnmarkt in bijvoorbeeld maïs en suikerriet. “Beleggen in bedrijven die de brandstof produceren, biedt een minder volatiele belegging”, zegt Boudewijn de Haan, beheerder van
Robeco Agribusiness Equities Fonds. De Haan noemt als voorbeeld het Braziliaanse Cosan, dat ethanol uit suikerbiet produceert. Deze onderneming sloot onlangs een joint venture met Shell voor de ontwikkeling van biobrandstoffen. Een ander voorbeeld is het Amerikaanse Archer Daniels Midland Company, dat maïs gebruikt om ethanol te produceren. Het Finse Neste Oil is een Europese speler die de bewerking van olie combineert met de productie van biobrandstoffen.
Overheidsverplichting
De Haan ziet dat deze en andere bedrijven profiteren van de stijgende vraag naar alternatieve brandstoffen. Vraag en aanbod worden beïnvloed door verschillende krachten, zo legt hij uit: “Zo neemt met name in de Verenigde Staten het gebruik van biobrandstoffen toe onder invloed van de overheid. Niet alleen krijgen boeren subsidie om maïs te verbouwen: om de vraag te sturen verplicht de overheid oliemaatschappijen tot bijmenging van minimaal 10 procent biobrandstof.” Een percentage dat dit jaar naar verwachting zal worden verhoogd naar 12. De Verenigde Staten willen de afhankelijkheid van olie uit politiek instabiele gebieden in bijvoorbeeld het Midden-Oosten verlagen.
Olieprijs
Een cruciale factor in de groei van de biobrandstoffenindustrie is ook de olieprijs. “Een stijging van de olieprijs brengt de alternatieven direct in het vizier”, aldus De Haan. “De grens ligt momenteel bij een olieprijs van 90 dollar per vat; vanaf dat punt zijn biobrandstoffen ook kostentechnisch een aantrekkelijk alternatief.”
Reden voor energieanalist Dirk Hoozemans van Robeco om de sector nauwgezet te volgen: “Ook omdat veel oliemaatschappijen in de afgelopen jaren initiatieven hebben ontwikkeld of overgenomen op het gebied van alternatieve brandstoffen.”
Het omgekeerde geldt ook: bij een lage olieprijs zijn deze brandstoffen een minder aantrekkelijk alternatief. Volgens De Haan kan de invloed van de olieprijs door de belegger worden getemperd door te kiezen voor ondernemingen die zich niet uitsluitend op biobrandstoffen richten. Een voorbeeld is het al genoemde Cosan. “Zodra de olieprijs daalt of de prijs voor suiker stijgt, kan de onderneming besluiten geen brandstof, maar suiker te winnen.” Dit zorgt voor een dempend effect op de risico’s, wat beleggers uiteraard aanspreekt.
Tweede generatie
Slachtafval, houtresten en algen: tweede-generatiebiobrandstoffen spreken wat grondstoffen betreft minder tot de verbeelding. De beschikbaarheid van deze grondstoffen – in feite restmateriaal – biedt wel grote kostenvoordelen. Bovendien omzeilt deze optie het voedsel of olie’-debat. Die discussie ontstond toen landbouwgrond meer en meer werd ingezet voor de productie van brandstof in plaats van voedsel. De sterke stijging van de voedselprijzen als gevolg daarvan stuitte op weerstand. Tweede-generatiebiobrandstoffen zijn volgens fondsbeheerder De Haan veelbelovend, maar “bevinden zich nog in de experimentele fase. Een belegging is nog niet mogelijk.”