Een faillissement van een Europees land als Griekenland heeft flinke gevolgen voor de bevolking van dat land, en voor de houders van staatsobligaties, zoals banken en andere landen in Europa. Hoewel Griekenland begin augustus een compliment kreeg van het IMF, is het nog te vroeg om een faillissement bij voorbaat uit te sluiten.
Het is voor veel mensen nog even wennen aan het idee dat behalve banken en andere bedrijven ook landen failliet kunnen gaan. De beleggingswereld heeft de laatste maanden al een voorschot genomen op die mogelijkheid. De verzekeringspremies voor Griekse staatsobligaties zijn op de markt voor credit default swaps (CDS) opgelopen tot een niveau dat uitdrukt dat er meer dan 50% kans is dat het land tussen nu en vijf jaar niet meer aan de rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen.
Duidelijk signaal
"De CDS-markt is een vrij ontwikkelde en liquide markt en geeft zo een duidelijk signaal dat beleggers niet mogen negeren", zegt Léon Cornelissen, beleggingsstrateeg bij Robeco. "Veel partijen zien het duidelijk somber in. Dat is niet gek, want er wordt momenteel heel veel gevraagd van Griekenland. De inflatie is door accijnsverhogingen opgelopen tot het hoogste niveau binnen de Europese Unie en er wordt diep gesneden in de pensioenvoorzieningen en andere onderdelen van het sociale stelsel."
Euro als oorzaak
De kiem voor de huidige problemen werd in zekere zin gelegd door de invoering van de euro, waardoor de rente die landen betalen over staatsobligaties, is toegegroeid naar het lage Duitse niveau. Lagere rentelasten hebben de economische groei van met name Zuid-Europese landen aangewakkerd. Griekenland heeft dit voordeel te weinig benut om de concurrentiepositie op peil te houden. De toeristenindustrie is goed voor ongeveer de helft van de Griekse inkomsten. De euro maakt het momenteel lastig om op deze markt te concurreren met buurlanden als Turkije en Kroatië, maar het versterken van de positie door herinvoering van de drachme is geen optie.
Loslaten euro betekent bankroet
"Er is geen mogelijkheid om van de euro af te komen", verklaart Cornelissen. "De staatsschuld van Griekenland noteert in euro’s. Als het land die munt inruilt en teruggrijpt op de goedkope drachme, is het niet meer in staat om leningen in dure euro’s af te lossen. Het loslaten van de euro staat voor Griekenland daarom in feite gelijk aan een bankroet. Het is lastig te voorspellen wat er gebeurt als de harde maatregelen financieel te zwaar op de bevolking drukken of als het land op politiek niveau uit elkaar valt. Een ordelijk faillissement komt op landniveau eigenlijk nooit voor, omdat het een laatste redmiddel is dat alleen gebruikt wordt als de paniek het hoogst is."
Achterblijven
Een hoge mate van regulering en een groot ambtenarenapparaat zorgen voor een stramme economie. ‘Griekenland loopt het risico dat het door de relatief zeer zwakke groei een achtergebleven regio wordt, zoals Zuid-Italië’, aldus Cornelissen. ‘Maar er zijn wel degelijk mogelijkheden om de inkomsten op te voeren. De middenklasse betaalt bijvoorbeeld nauwelijks belasting. Het IMF oordeelde begin augustus dat het land aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt sinds het voorjaar. Maar er moet nog heel wat gebeuren voordat Griekenland de forse twijfels kan wegnemen.’