Beleggen levert vaak meer op dan sparen, zeker op langere termijn. Dat laten de cijfers over de laatste tachtig jaar zien, zo blijkt uit een onderzoek van Lukas Daalder, senior strategist bij Robeco. Opvallend is dat twaalf jaar van lagere rendementen doorgaans gevolgd werd door een periode waarin de rendementen de spaarrente overtroffen*.
Menig belegger is door de beursontwikkelingen van de afgelopen jaren kopschuw geworden. Toch leert het verleden dat beleggen in veel gevallen meer oplevert dan sparen, zeker als de beleggingstermijn toeneemt.
Dat beleggen in aandelen hogere risico’s met zich meebrengt, mag duidelijk zijn. Als je een periode van één jaar op de Amerikaanse beurs had belegd, had je sinds 1929 gemiddeld een rendement van 9,3% behaald. Maar de uitschieters zijn groot. Er zaten jaren bij van +50%, maar ook een verlies van 40% of meer kwam voor.
Dat beeld is uiteraard heel anders als je naar sparen kijkt. Gemiddeld leverde sparen in dit voorbeeld een jaarlijks rendement van 3,9% op, waarbij het slechtste rendement 0% bedroeg en het beste rendement 14,6%.
15 jaar beleggen
Stel nou dat je niet één jaar, maar vijftien jaar had belegd. Gekeken naar de laatste tachtig jaar, blijkt dan dat de resultaten voor aandelen nog steeds volatieler zijn dan voor sparen, maar dat de verliezen wegvallen. Zelfs als je in het desastreuze jaar 1929 was gaan beleggen, had je bij een beleggingsperiode van vijftien jaar een rendement behaald van gemiddeld 2,2% per jaar.
Verder blijkt dat beleggen met een dergelijke beleggingshorizon in veel gevallen beter rendeerde dan sparen (59 van de 65 gevallen). In de jaren dat sparen een beter rendement opleverde, was het verschil in rendement bovendien klein. Terwijl in de jaren dat beleggen het beter deed, de rendementsverschillen aanzienlijk konden oplopen.
Periodes van 12 jaar
Al die historie is leuk, maar waar staan we nu? De huidige mindere periode is begonnen in 1997. Mensen die in 1997 hun geld voor twaalf jaar op een spaarrekening hebben gezet, hebben een beter rendement (gemiddeld 3,6%) behaald dan beleggers (2,9%). Geen wonder dat beleggen bij het grote publiek steeds minder populair is geworden.
Het is interessant om na te gaan wat in het verleden is gebeurd na een periode van twaalf jaar waarin het gemiddelde rendement op aandelen lager was dan op sparen. Sinds 1929 is dat 9 keer voorgekomen. Slechts in één geval werd in de vijf jaar na die periode opnieuw een slechter rendement op aandelen behaald. In de overige gevallen was het rendement op aandelen duidelijk superieur.
Zo blijkt dat te groot optimisme waarbij iedereen blindelings koopt, wordt gevolgd door periodes van pessimisme. In die laatste periode worden de fundamenten onder de aandelenmarkten uit het oog verloren.
Pessimisme?
Is er nu sprake van pessimisme? Dat is lastig te bepalen. Maar wat kan helpen is de zogeheten Shiller PE index, die de winst van de afgelopen tien jaar vergelijkt met de huidige koersniveaus. De huidige gemiddelde koers-winstverhouding van 19,73 wijst niet op overdreven pessimisme en geeft tegelijkertijd aan dat de risico’s voor beleggen momenteel kleiner lijken dan in 2000 …
* Bij de vergelijking is geen rekening gehouden met de kosten die aan beleggen en sparen verbonden (kunnen) zijn.
Particuliere beleggers zijn de laatste jaren door de ontwikkelingen op de beurzen onzeker geworden. Robeco wil de vaak gehoorde gedachte dat beleggen onverantwoord is, ontzenuwen. Daarom is een campagne gestart: 'Verstandig Beleggen'.
Bronnen data: beleggen: Robert Shiller, S&P Composite; sparen: Global Financial Data,
3-months treasury bills US
Olivier Bloemendaal
Servicemedewerker Robeco Connect