De best presterende beleggingsfondsen mogen zich vaak verheugen in een bovengemiddelde interesse van beleggers. Maar wie slim wil beleggen, kan beter andere criteria dan performance hanteren, stelt Jenke ter Horst, hoogleraar financiering aan de Universiteit van Tilburg.
In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, zo vermelden de kleine lettertjes bij advertenties voor beleggingsproducten. Deze zinsnede blijkt in de praktijk maar al te waar, betoogt hoogleraar Jenke ter Horst. Ze zijn er wel: de fondsen die jaar in jaar uit de benchmark achter zich laten. Maar deze moet je met een lantaarntje zoeken. ‘Recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat slechts 0,6 procent van de fondsen in staat is om op langere termijn significant de markt te verslaan”, stelt Ter Horst.
Toch laten beleggers – zowel particuliere als institutionele partijen – zich bij de keuze van een beleggingsfonds vaak leiden door prestaties uit het verleden. Onverstandig, stelde Ter Horst onlangs in zijn oratie. Hij adviseert beleggers te letten op andere fondskenmerken, zoals de beheerskosten, de omvang van het beheerd vermogen en het aantal fondsen dat een fondsaanbieder onder zijn hoede heeft.
Te groot
Dat hoge beheerskosten het rendement drukken, behoeft geen betoog. Maar het tweede criterium is wel ietwat pikant. De best presterende fondsen mogen zich vaak verheugen op een aanwas van beleggers. Maar als een fonds te groot wordt – het omslagpunt verschilt per sector – is de kans groter dat het rendement afzwakt. “Er bestaat een negatief verband tussen de omvang van het beheerd vermogen en het rendement. Hoe groter het beheerd vermogen, hoe meer de prestaties afzakken richting de middenmoot”, meent Ter Horst.
Hij heeft hier wel een verklaring voor: “De fondsbeheerder moet dat extra geld beleggen en hierdoor het universum aan aandelen uitbreiden. De keuze zal vaker vallen op aandelen die niet zijn eerste keuze zijn.” Het enthousiasme van beleggers kan zich dus tegen het fonds keren.
Expertise
Een ander criterium is de omvang van de fondsfamilie. “Een aanbieder die veel fondsen beheert, beschikt over veel expertise en kan zich richten op bepaalde niches in de markt waarop outperformance valt te behalen.”
Bij maatschappelijk verantwoorde beleggingsfondsen adviseert de onderzoeker nog enkele aanvullende selectiecriteria. Ten eerste is het verstandig erop te letten of het selectiebeleid is gebaseerd op onderzoek binnen de eigen instelling of daarbuiten. Fondsen van organisaties die het onderzoek zelf verrichten, presteren gemiddeld beter, zo ontdekte Ter Horst. “Blijkbaar krijgt de aanbieder bepaalde karakteristieken van bedrijven boven water die niet in beeld komen als het onderzoek wordt uitbesteed. Ook biedt de informatie meer maatwerk.”
Activistisch
Een ander criterium is de mate waarin een fonds een activistische strategie volgt bij aandeelhoudersvergaderingen. Ter Horst: “Een fonds dat zich activistisch opstelt, zit er meer bovenop. Ook dat kan leiden tot een hoger rendement.” Overigens ontdekte Ter Horst dat beleggers in duurzame beleggingsfondsen minder gevoelig zijn voor historische rendementen dan beleggers in traditionele fondsen. “Zij laten zich meer leiden door andere motieven, zoals ethische en sociale.”