Het antwoord wordt gegeven door Jeroen Blokland, hij is portfoliomanager bij Robeco Global Allocations:
Kent u het begrip Great Moderation nog? Dat is het verschijnsel dat de beweeglijkheid van de economische groei en inflatie gedurende de laatste decennia steeds verder omlaag is gekomen. Centrale bankiers weten uiteraard exact hoe dit komt: door een beter monetair beleid. Federal Reserve-voorzitter Ben Bernanke, die hierover in 2004 een mooi betoog hield, is zo eerlijk om nog twee andere mogelijke verklaringen te noemen.
In de eerste plaats kunnen structurele veranderingen zoals globalisering, de toename van de handel en kapitaalstromen en technologie hebben bijgedragen aan de vriendelijke ontwikkeling van de inflatie. Daarnaast, en dit is voor veel verstokte centrale bankiers moeilijk te verkroppen, kan er gewoon sprake zijn geweest van geluk. Het gaat mij te ver om te zeggen dat de kalme inflatiebeweging van de laatste decennia puur geluk was. Maar de kredietcrisis heeft ons wel pijnlijk duidelijk gemaakt dat ook de great moderation niet zaligmakend is.
Het geloof in dit verschijnsel was overigens al tanende vóór het uitbreken van de kredietcrisis. In juli 2008 moest u meer dan 145 dollar neertikken voor een vaatje olie en steeg de Amerikaanse inflatie tot het hoogste punt sinds 1991. Schaarste aan grondstoffen – de veroorzaker van die piek in inflatie en volledig verdrongen door de kredietcrisis – steekt weer de kop op. Zo staat de koperprijs op recordhoogte. Nu moet u voorzichtig zijn met het veronderstellen van schaarste, daar kan de Club van Rome over meepraten.
Tikkende inflatietijdbom
Maar het wordt steeds duidelijker dat de in historisch perspectief extreme toename van de middenklasse in opkomende landen gepaard gaat met een niet eerder vertoonde vraag naar grondstoffen. Die middenklasse wil ook mooi wonen, televisie kijken en met gloednieuwe bolides over zojuist aangelegde zesbaanssnelwegen naar het werk rijden. Er zijn meer factoren die tot inflatie kunnen leiden. Vergrijzing zorgt voor schaarste aan arbeid, (lees: hogere lonen) en het oneindige strooiwerk van Helikopter Ben (Bernanke) in combinatie met 0% rente heeft wel wat weg van een tikkende inflatietijdbom. Wat als de economie weer echt gaat groeien? Inflatie helpt ook de schuldenproblematiek van overheden te verkleinen.
Inflatie tast immers niet alleen de koopkracht, maar ook de (reële) waarde van nominale schulden aan. Kern van het bovenstaande: het is niet ondenkbaar dat we in de toekomst te maken krijgen met een hogere en veel beweeglijkere inflatie. En dat heeft gevolgen voor uw beleggingen. Immers, niet elke beleggingscategorie is even goed bestand tegen de erosiekracht van inflatie. Hoe kunt u hier verstandig mee omgaan? Om die vraag te beantwoorden moet eerst een andere vraag worden beantwoord.
Wilt u bescherming tegen inflatie of juist zo goed mogelijk profiteren van toenemende inflatie? Dit onderscheid tussen bescherming enerzijds en een opportunistische insteek anderzijds is belangrijk. In het eerste geval kunt u op zoek gaan naar beleggingen die een inflatiegerelateerde kasstroom hebben. Een goed voorbeeld hiervan is een inflatieswap. Hiermee kunt u kasstromen uitwisselen die gerelateerd zijn aan inflatie. Met de swap ontvangt u kasstromen die zijn gecorrigeerd voor de gerealiseerde inflatie.
Pensioenfondsen die streven naar indexatie zijn fan van inflatieswaps. Maar voor particulieren is het opzetten van een swap niet eenvoudig. Ze kunnen zich wel wenden tot een mêlee van gestructureerde producten waarbij het rendement afhankelijk is van de gerealiseerde inflatie. Inflation linked bonds (ILB’s) zijn ook een alternatief. De hoofdsom en coupon van ILB’s worden opgehoogd met het inflatieniveau. Houd er wel rekening mee dat ILB’s ook door de ontwikkelingen op de obligatiemarkt worden beïnvloed.
Goud en vastgoed helpen niet
Zo heeft de jarenlange daling van de nominale rente, bij een redelijk constante inflatie, ook gezorgd voor een lagere reële rente. Dit heeft logischerwijze zijn invloed gehad op de waarde van ILB’s. Dit laatste is goed terug te zien in de figuur hiernaast. Hierin heb ik de correlatie(samenhang) berekend tussen de maandrendementen van een aantal beleggingscategorieën en de Europese inflatie. Hoe meer de correlatie richting de +1 gaat hoe sterker de relatie tussen een positief (+) rendement en inflatie.

Uit de grafiek volgt dat ILB’s (voor ILB’s is pas sinds 2002 bruikbare historische data beschikbaar, als ik langer terugkijk voor de andere beleggingscategorieën is het beeld echter sterk vergelijkbaar) maar een middenmoter zijn als het gaat om de samenhang met inflatie. De verandering van de reële rente fietst hier doorheen.
Ik kijk naast het niveau van de inflatie ook vooral naar de verandering. Dit laatste is interessant voor inflatieopportunisten. Het geeft informatie over welke beleggingscategorieën goed renderen wanneer de inflatie oploopt. Grondstoffen, en dan vooral energiegerelateerde grondstoffen, correleren het sterkst met inflatie. De samenhang met goud (edelmetalen), vaak ten onrechte geprijsd als inflatiebeschermer bij uitstek, is al een stuk lager.
Grondstoffengerelateerde aandelen (energie, materials) en infrastructuur staan ook hoog in de lijst. Onroerend goed is ook maar een middenmoter. De kasstromen van vastgoed zijn doorgaans inflatieafhankelijk, maar de waarde van vastgoed veelal niet.
Ik heb hier gekozen voor het rendement op vastgoedaandelen dat doorgaans sterk samenhangt met het rendement op aandelen, dat op zijn beurt in beperkte mate samenhangt met inflatie. Aan het uiteinde van het spectrum vinden we de verschillende soorten nominale obligaties. Die moet u vooral niet hebben als de inflatie oploopt. Cash ten slotte wilt u hebben als hyperinflatie dreigt. Wat kunnen we hier nu mee?
Exotische inflatiebeleggingen
De inflatieopportunisten doen er goed aan om hun beleggingen te schuiven richting grondstoffen en energiegerelateerde aandelen wanneer zij inflatie verwachten. ILB’s kunnen natuurlijk ook geen kwaad. Alles wat maar enigszins op nominale bondjes lijkt, moet worden verwijderd. Let wel op dat dit de opportunistische insteek is. De beweeglijkheid van zo’n portefeuille is vele malen groter dan die van de inflatie zelf. Het is in die zin dus geen bescherming tegen inflatie.
U kunt nog een stap verder gaan door ook naar meer exotische inflatiebeleggingen te kijken. Bijvoorbeeld dividendfutures, futures met een dividendindex als onderliggende waarde. Oplopende inflatie leidt op termijn tot hogere bedrijfswinsten, hogere dividenduitkeringen en dus tot een hogere indexstand. Bij zero duration obligatiefondsen wordt het renterisico, mede veroorzaakt door inflatie, afgedekt. Op die manier kunt u toch in nominale bedrijfsobligaties beleggen en de extra renteopslag incasseren. Meer inflatie betekent bovendien een daling van de (reële) waarde van de schuld.
De vereiste renteopslag kan dan omlaag met een stijging van de obligatiekoersen als gevolg. Hout of bosproducten correleren ook goed met inflatie. U moet dan wel een echt bos aanschaffen. Vergelijkbaar met onroerend goed is de samenhang tussen aandelen van bosexploitanten en inflatie minder uitgesproken.En voor wie denkt dat hout vooral bescherming biedt, sinds 1900 heeft deze beleggingscategorie de inflatie ruim achter zich gelaten. Genoeg mogelijkheden dus om de portefeuille klaar te stomen voor de great acceleration!
* Deze column van Dr. Hoe verscheen eerder bij
IEXProfs en is geschreven door Jeroen Blokland, portfoliomanager bij Robeco Global Allocations.
Tevens alleen beleggen met geld dat je niet direct nodig hebt