
Het Robeco Afrika Fonds heeft na twee sterke jaren in 2009 en 2010 een moeilijke start in 2011 gehad. Dit komt deels door de verzwakking van de Zuid-Afrikaanse Rand ten opzichte van de euro, maar het meest in het oog springende probleem was de onrust in Egypte, waar president Mubarak na 18 dagen van protesten het veld ruimde.
Stand van zaken per 1 maart 2011, door fondsmanager Cornelis Vlooswijk:
Hoe sterk is het Robeco Afrika Fonds getroffen door de onrust in Egypte?
Het fonds is behoorlijk sterk getroffen. Egypte is na Zuid-Afrika de grootste beurs van Afrika, waar bovendien tegen lage kosten gehandeld kan worden. Op het moment dat de situatie onrustig werd, was 20% van het fonds belegd in Egyptische aandelen. Dit was weliswaar minder dan voor veel andere Afrika-fondsen, maar desondanks een stevige positie. De Egyptische aandelen verloren in een paar dagen bijna 20%. Sinds 30 januari is de beurs dicht en op het moment van schrijven is de verwachting dat die waarschijnlijk in de tweede week in maart weer open zal gaan. Ook de problemen in buurland libie verslechtert het sentiment jegens egypte. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat de in Londen genoteerde Egyptische aandelen suggereren dat de Eyptische beurs met een krappe 10% zal dalen bij opening. De door ons op basis van londense prijzen verwachte koersdaling is overigens nu al in de koers van het Robeco Afrika fonds verwerkt.
Hoe zijn de vooruitzichten nu voor Egyptische aandelen?
Dat is een moeilijke vraag. Op het politieke vlak zullen de komende maanden waarschijnlijk relatief rustig zijn, maar de vraag is natuurlijk hoe de verkiezingen in de zomer zullen uitpakken. Voor bedrijven is het belangrijk dat ze weer normaal gaan functioneren. Hopelijk wordt het door het leger uitgevaardigde stakingsverbod gerespecteerd. Positief is in ieder geval dat het toerisme nu alweer aantrekt. Voor de lange termijn zou een stabiele democratische regering een groeiimpuls aan de Egyptische economie kunnen geven. Het Mubarak-regime voerde de laatste vijf jaar een redelijk goed economische beleid, maar de groei werd afgeremd door corruptie en vriendjespolitiek. Een nadeel is dat veel geplande investeringen in infrastructuur nu vertraagd worden, deels doordat meer overheidsgeld naar voedselsubsidies zal gaan en deels doordat buitenlandse bedrijven vanwege de recente onrust terughoudend zullen zijn met investeringen. Tot slot moeten we ook niet vergeten dat het mogelijk is dat de verkiezingen niet de gewenste stabiele democratische regering opleveren.
Heeft het Robeco Afrika Fonds ook te lijden onder de onrust in Libië en andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten?
Eigenlijk niet. Het fonds heeft een positie van ongeveer 18% in Egypte en minder dan 1% in Tunesië. Libië en Algerije zijn belangrijke olie- en gasproducenten, maar hebben geen goed functionerende aandelenbeurs. Marokko heeft die wel, maar het fonds heeft daar op dit moment geen beleggingen. De meest recente onrust in Libië heeft indirect een licht negatieve invloed op Tunesië en Egypte. Hier staat tegenover dat Nigeria juist profiteert van de hoge olieprijs. Wij houden ook olieproducenten die actief zijn in Zuid-Afrika, Ghana en Mozambique, die ook profiteren van de hoge olieprijs.