Bijna een week na de verwoestende aardbeving voor de kust van Japan is nog steeds niet duidelijk hoe groot de schade precies is. Gerekend wordt op 14 duizend slachtoffers, 500 duizend mensen zijn momenteel dakloos en de wereld kijkt ademloos toe of en hoe de situatie rond de Fukushima Daiichi kerncentrale onder controle kan worden gebracht. Tegen die achtergrond kan een analyse van de kosten en gevolgen voor de economie en de financiële markten weinig relevant overkomen, maar lijkt desondanks op zijn plaats.
Met 9.0 op de schaal van Richter (opwaarts herzien van 8.9) is de aardbeving die afgelopen vrijdag voor de kust van Japan heeft plaatsgevonden een van de krachtigste die ooit gemeten is. Ter vergelijking, de aardbeving die in 1995 de havenstad Kobe verwoeste was 7.3 op de schaal van Richter en was daarmee een factor 500 minder zwaar. Niet alleen wat de intensiteit van de aardbeving betreft loopt de vergelijking met Kobe overigens mank: toen ging het om een dichtbevolkt gebied met veel infrastructurele schade als gevolg van de beving, nu gaat het om een dunner bevolkt gebied waarbij de meeste schade is veroorzaakt door de Tsunami. Desondanks zie je dat de aardbeving van Kobe toch vaak als referentie wordt genoemd, om een inschatting te geven van de kosten en gevolgen voor de Japanse economie.
Nog veel onzekerheid
Als eerste belangrijke punt moet gezegd worden dat het op dit moment vrij moeilijk is een volledig beeld te kunnen geven van de totale kosten van de aardbeving. Dat is niet alleen omdat de schade momenteel nog niet volledig in kaart is gebracht, maar bovendien hangt het sterk samen met de ontwikkelingen rond de Fukushima Daiichi kerncentrale. Financiële markten worden wat dat betreft momenteel heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, waar de verwachtingen met het uur worden bijgesteld. Een klein lichtpunt is dat met het verstrijken van de tijd de kans op een (grote) naschok lijkt af te nemen.
Met die onzekerheden in het achterhoofd is er toch wel iets van een kader te schetsen:
- Het gewicht van de direct getroffen regio in het Japanse BBP is volgens de OECD naar schatting 6 tot 7%, grofweg de helft van de ramp die de havenstad Kobe in 1995 voor een groot deel verwoestte.
- Het lijkt erop dat de schade voor bestaande productiecapaciteit (met uitzondering van de kerncentrales) beperkt is. Weliswaar hebben veel (inter)nationaal opererende multinationals hun productie stilgelegd, maar dat gaat meer om voorzorgsmaatregelen en een tekort aan energie dan om beschadiging van fabrieken.
- Ook als gekeken wordt naar aantal huizen zonder stroom of aantal mensen dat momenteel (al dan niet als onderdeel van een evacautie) niet in hun eigen huis zijn, lijkt de schade bij Kobe wat hoger te zijn.
De schattingen over de directe kosten van de aardbeving lopen momenteel uiteen tussen de 6 tot 15 biljoen Yen, waar de kosten van Kobe uiteindelijk op tussen de 10 en 13 biljoen Yen zijn geraamd. Naarmate de tijd verstrijkt lijken de schattingen wel eerder naar boven dan naar beneden te worden bijgesteld.
Japans technisch weer in een recessie
Over het algemeen geldt dat een natuurramp in de eerste instantie een sterk negatieve impact op de economische groei heeft, doordat fabrieken en infrastructuur worden beschadigd, of doordat de stroomvoorziening wordt stilgelegd. Aangezien de Japanse economie in het vierde kwartaal van vorig jaar al negatieve groei liet zien, is het goed mogelijk dat Japan als gevolg van deze aardbeving technisch gezien weer in een recessie terecht zal komen (wat doorgaans wordt gedefinieerd als twee kwartalen van negatieve economische groei).
Na de eerste negatieve reactie gaat er doorgaans juist een groei-impuls uit van een natuurramp uit, aangezien infrastructuur weer moet worden opgebouwd. Onderstaande grafiek geeft dit beeld goed weer, waarbij de industriële productie ten tijde van de Kobe aardbeving wordt weergegeven.
Een belangrijke vraag hierbij is hoe de wederopbouw betaald zal gaan worden. Onder normale omstandigheden zou de klap worden opgevangen door het overheidstekort te laten oplopen, maar gegeven dat de Japanse overheid momenteel al een schuld van 198% van het BBP heeft en een tekort van rond de 7.7% van het BBP (2010 cijfers van de OECD), lijkt de ruimte beperkt. Vooralsnog heeft zittende premier de mogelijkheid van een belastingverhoging of een eenmalige solidariteitsheffing van de hand gewezen, maar kan zeker niet worden uitgesloten. Ook de de optie van het monetair financieren (het laten draaien van de geldpers) behoort tot de mogelijkheden.
Impact financiële markten
De financiële markten hebben wereldwijd -zoals te verwachten viel- volatiel gereageerd op de ontwikkelingen. Belangrijk hierbij is te bedenken dat deze gebeurtenissen plaatsvinden op het moment dat de wereldeconomie er nog niet heel sterk bij staat en volgt op onrust in het Midden-Oosten en onzekerheden over de eurozone. Het is niet verwonderlijk dat de meer risicodragende beleggingscategorieën in dit scenario onder druk komen te liggen:
Aandelen hebben wereldwijd een verlies van ongeveer 5% te verduren gekregen (in USD), waarbij de Nikkei uiteraard het zwaarst geraakt is (-13% in lokale valuta). Gegeven de resterende onzekerheid en de inschatting van de directe economische schade lijkt de 13% correctie redelijk, waarbij de situatie rond de kerncentrale de sleutel vormt voor het toekomstige verloop.
Obligaties hebben zoals vanouds als veilige haven gefungeerd, waarbij opvalt dat zelfs de Japanse obligatiemarkt per saldo is gestegen. Dat laatste geeft aan dat de markt zich (nog) geen structurele zorgen maakt over de financierbaarheid van de herstelwerkzaamheden.
De
Yen is de afgelopen dagen sterk in waarde gestegen, daarmee de economische vooruitzichten alleen maar verder verslechterend. Op zich lijkt het onlogisch dat een zwaar getroffen land te maken krijgt met een waardestijging van de munt, maar dit hangt samen met de angst dat Japanners hun (aanzienlijke) buitenlandse tegoeden zullen gaan verzilveren om zo de herstelwerkzaamheden te financieren. Hierbij gaat het tot op zekere hoogte ook om speculatie, want als we naar het koersverloop van de Amerikaanse Treasuries kijken lijkt er van verkoopdruk nog niet veel sprake te zijn. Als er al iets geliquideerd wordt, dan zouden het buitenlandse aandelen moeten zijn.
De
olieprijs is sinds de aardbeving met 4% in waarde gedaald en dat terwijl de spanningen in het Midden-Oosten zijn opgelopen (noodtoestand Bahrein) en de toekomstige olieconsumptie van Japan (door het wegvallen van de kernreactoren) juist zal toenemen. Financiële markten lijken daarmee een zware deflatoire impuls voor de wereldeconomie in te prijzen. Dit lijkt een (te) sterke reactie, maar hangt uiteraard sterk af van de uitkomst omtrent de kerncentrale. Uiteraard is er altijd een kleine kans op de uitkomst van een extreem scenario, waarbij er bijvoorbeeld langdurig nucleaire straling ontsnapt die in de richting van Tokio zal drijven.
Overigens moet uiteraard wel bedacht worden dat de Bank of Japan (BoJ) alle zeilen bijzet om de rust in de financiële markten te laten terugkeren. Zelfs de directe aankoop van aandelen behoort hierbij tot de mogelijkheden, hoewel dat dan wel meteen een eerste keer zou zijn dat de BoJ tot een dergelijke stap overgaat.
Lukas Daalder, Senior Strateeg Robeco
17-03-2011 12.04 uur
Als u uw portefeuille wilt doornemen met een adviseur kunt u onderstaande button gebruiken:
Voor actuele zaken en updates kunt u ons op Twitter volgen of via Facebook, ook kunt u natuurlijk regelmatig kijken op Robeco Connect.
Kijk voor eerder verschenen artikelen over de Japanse aardbeving in
Dossier Japan