Sinds januari is de wereld getuige van grote onrust in Noord-Afrika en de Arabische wereld. De algemeen heersende gedachte is dat de burgers van landen als Tunesië, Egypte, Libië, Algerije en Jemen het niet langer accepteren dat de macht decennialang bij één heerser of één familie ligt. Het volk voelt zich te kort gedaan door onderdrukking en corruptie en moet in armoede en met weinig toekomstperspectief zien te overleven.
Dankzij de oliedollars heeft een land als Libië het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking van heel Afrika, maar het geld is volstrekt oneerlijk verdeeld. Het gemiddelde inkomen per inwoner is ongeveer 8000 euro, maar tweederde van de bevolking moet rondkomen van minder dan 1,33 euro per dag!
Men kan zich voorstellen dat het dan erg moeilijk wordt in de dagelijkse voedselbehoefte te voorzien, te meer daar de voedselprijzen enorm zijn gestegen. Het gaat vooral om zuivelproducten, graan en vlees. In feite is dit een belangrijke reden geweest tegen de regimes in opstand te komen. Inmiddels hebben zich in twintig landen voedselrellen voorgedaan.
Oorzaken
Grote bevolkingsgroepen zitten klem tussen armoede en hoge voedselprijzen waardoor zij niet meer weten hoe daar uit te komen. De redenen waarom voedselprijzen zo hard stijgen, zijn divers. De voorraden van de wereldgraanschuur bijvoorbeeld staan zwaar onder druk en dan te bedenken dat 80 procent van alle voedingsmiddelen afgeleid zijn van graan. De oorzaak van deze schaarste is vooral het gevolg van de sterk groeiende consumptie in Azië en in bepaalde landen in Latijns-Amerika en Afrika.
Daar komt nog bij dat de afgelopen jaren in grote delen van de wereld misoogsten zijn opgetreden door extreme droogte en branden of grote overstromingen. Veel (vooral Afrikaanse) landen zijn afhankelijk van de import van voedsel, omdat zij geen of onvoldoende eigen productiecapaciteit hebben. Daarnaast wordt de druk op de voedselvoorziening verder vergroot door de zoektocht naar schonere brandstoffen en de mogelijke rol die biobrandstoffen zullen gaan spelen.
De komende decennia zal de vraag naar voedsel blijven stijgen, omdat de wereldbevolking in omvang blijft groeien. In de opkomende landen zal de welstand van de middenklasse verder verbeteren, waardoor de vraag naar betere en meer hoogwaardige voeding gaat toenemen. Als er niets wordt ondernomen, ontstaat er een onomkeerbare trend in de scheefgroei van vraag en aanbod in voedsel. De wereldgemeenschap zal daar antwoorden op moeten vinden. De rijke(re) wereldburger kan door te beleggen actief deelnemen in het helpen oplossen van deze problematiek.
Link naar beleggen
Het is moreel niet verantwoord te profiteren van schaarste door op de grondstoffenmarkt op prijsstijgingen te speculeren. Maar wat een belegger wel kan doen, is investeren in ondernemingen die actief zijn in de voedsel- en agribusiness. Bijvoorbeeld in ondernemingen die technologieën ontwikkelen om de opbrengst per hectare landbouwgrond te vergroten.
Veel landbouwgebieden in de wereld zijn onvoldoende benut, zijn in het geheel nog niet ontwikkeld of worden op een niet efficiënte manier bewerkt. Maar ook interessant zijn kunstmestproducenten, bedrijven die er in slagen betere bevloeiingstechnieken beschikbaar te maken en bedrijven die zich bezighouden met gewasveredeling of de handel en infrastructuur verbeteren. Zo is er een veelheid aan typen bedrijven die innoveren en zich richten op het bestrijden van schaarste en honger.
Uitkomst
Een beleggingsfonds dat zich uitsluitend richt op de voedsel- en agribusiness biedt uitkomst. De fondsmanager en zijn team doen voortdurend onderzoek naar zowel de economische als maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot voedsel. Zij hebben veel expertise en uitgebreide kennis op dit terrein en selecteren de beste ondernemingen. Bij dit keuzeproces wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de factoren die van belang zijn voor verantwoord en duurzaam ondernemen.De voedselproblematiek is actueel, doch we mogen nu toch wel spreken van een (mega)trend die naar verwachting nog tientallen jaren kan voortduren.
Door als particulier een dergelijk fonds aan de beleggingsportefeuille toe te voegen, draagt men bij aan een betere wereld en krijgt daarvoor in ruil uitzicht op een goed rendement tegen een acceptabel risico. Het is wel zo dat marktrisico’s - zoals wij weten kunnen financiële markten soms behoorlijk beweeglijk zijn - bij beleggen natuurlijk niet uit te sluiten zijn.
Anne Zuidema (1952) werkt inmiddels 39 jaar als beleggingsadviseur voor vermogende particulieren, waarvan ruim 14 jaar bij Robeco.
Deze column verscheen eerder op de site van de Financiële Telegraaf.