Een aantal negatieve factoren zet de koersen de afgelopen tijd onder druk. Deels zijn deze factoren van tijdelijke aard. Het is dan ook voorbarig om te spreken over een dubbele dip of QE3.
De groei van de wereldeconomie valt momenteel terug. Gedeeltelijk is dat het gevolg van doelbewust beleid. In opkomende markten voeren de centrale banken een afremmend beleid om de groei, en daarmee de inflatie, omlaag te brengen. Dit beleid werpt zijn vruchten af. In ontwikkelde markten valt de groei echter ook terug. Dat is ongewenst en zorgelijk.
De groeivertraging in ontwikkelde markten komt niet helemaal als een verrassing. Zo wees het producentenvertrouwen op extreem veel optimisme. Dat was hoogst opmerkelijk omdat overheden in ontwikkelde markten wereldwijd bezuinigen of op het punt staan om te gaan bezuinigen. Nu lijkt het erop dat de vertraging zich vooral concentreert in de automobielindustrie en de IT. Dat is een indicatie dat de ramp in Japan wereldwijd leidt tot vertragingen in het productieproces door een gebrek aan (Japanse) componenten. Deze vertraging is daarom van korte duur. Ik verwacht dan ook dat de bedrijfsinvesteringen en de consumptieve bestedingen blijven groeien.
De scherpe stijging van de olieprijs heeft ook een negatief effect gehad op de groei, al denk ik dat we de omvang daarvan niet moeten overdrijven. Minder dan 5% van het BBP geven we uit aan olie. Zolang de olieprijs niet rap verder stijgt, komen we er wel mee weg.
De vertraging van de wereldeconomie valt samen met een eruptie van de schuldencrisis in Euroland. Deze schuldencrisis blijft de financiële markten nog jaren parten spelen. Uiteindelijk mondt de schuldencrisis uit in een schuldherstructurering. Enkele landen hebben zoveel schuld dat ze redelijkerwijs niet in staat zijn om de rentelasten daarvoor op te blijven brengen.
Meest nijpend is de situatie in Griekenland. Linksom of rechtsom zal Griekenland in juni opnieuw financiële steun krijgen, met of zonder bijdrage van de private sector. Deze hulp adresseert het probleem dat de Griekse overheid bijna zonder geld zit, maar de schuldberg wordt er niet kleiner door. Kortom, het liquiditeitsprobleem is bijna weer verholpen, het solvabiliteitsprobleem suddert voort.
Momenteel is uitstel het devies bij de aanpak van de schuldproblematiek. Dat blijft vermoedelijk zo om drie redenen. Ten eerste geeft tijdwinst de schuldeisers extra tijd om voorzieningen te treffen voor het naderende onheil zodat dominosteeneffecten niet optreden. Ten tweede mag er geen signaal uitgaan dat landen die in financiële problemen verkeren snel omvangrijke hulp krijgen. Voordat je het weet vliegen er links en rechts handdoeken de ring in. Tot slot hebben de probleemlanden, zelfs als ze vandaag geen rente en aflossingen meer betalen, nog steeds een tekort op de overheidsbegroting. Dat betekent dat bij een harde schuldsanering de volkswoede nog groter kan worden doordat de overheid in één klap de uitgaven in lijn met de inkomsten moet brengen. Een nog grotere sociale onrust is ongewenst, voor iedereen.
De wereldeconomie blijft gematigd groeien, de schuldencrisis blijft het sentiment van tijd tot tijd bederven. De beursvooruitzichten zijn niet opwindend, maar op een twaalfmaandstermijn verwacht ik positieve rendementen. Kortom, we hebben het over een beursdip, beurs-R.I.P. lijkt niet aan de orde.
Deze column van Ronald Doeswijk, Chief Strategist Robeco, verscheen eerder in het FD.