Er woedt een permanent debat over hoe goed het werkelijk gaat in China. Ik kan u uit de onzekerheid helpen: het gaat ondanks inflatie en verkrappende maatregelen heel goed in China! Winkelverkopen stijgen met meer dan 15%, lonen stijgen met 10-15% en ook de huizenprijzen laten nog altijd een mooie stijging zien. Wie regelmatig rondloopt in Chinese steden ziet met eigen ogen de welvaart met de dag toenemen. Wat we ons af moeten vragen is of het succes zo door kan gaan. Iedereen wil snel groeien: nieuwe wegen, winkels en woningen worden in hoog tempo gebouwd.
Wie wil lenen in China om te groeien denkt in eerste instantie aan de bank (de kapitaalmarkt is nog onderontwikkeld). Het midden- en kleinbedrijf wordt echter nu vaak de deur gewezen omdat de overheid heeft besloten dat de kredietverlening aan banden moet worden gelegd na enkele jaren van ongebreidelde groei. Bij de banken bedraagt de leenrente 6,31% maar in praktijk blijken alleen staatsbedrijven en door de overheid gestimuleerde infrastructurele projecten tegen zulke aantrekkelijke voorwaarden te kunnen lenen. De grote klacht van het private bedrijfsleven is dat het financieren van verdere groei erg duur is geworden.
Maar Chinese managers zijn vindingrijk en hebben er iets op gevonden. Met een inflatie van 5,5% en een spaarrente van 3% zijn spaarders op zoek naar een alternatief. Dat is gevonden in de vorm van trustleningen, waar bedrijven en particulieren rechstreeks gekoppeld worden. Het is een ongereguleerde markt en er wordt een wijde diversiteit van voorwaarden aangeboden. De leningen kosten tussen 8% en 10%.
Sommige middelgrote bedrijven (bijv. projectontwikkelaars) komen naar de Hongkongse schuldmarkt om daar hun groei te financieren. Hoogrenderende obligaties in Amerikaanse dollars worden uitgegeven tegen rentes van 12-14%.
Wie nergens anders heen kan, zal naar de zwarte markt moeten om te lenen. De rentes hier zijn het afgelopen jaar snel gestegen tot wel 18-24% per jaar. Zorgwekkende cijfers suggereren dat meer dan de helft van de bedrijven leent in de zwarte markt en bijna 90% van de particulieren die bij de bank eigenlijk alleen terecht kunnen voor een hypotheek.
Zodoende ligt in China, het land van het grote spaaroverschotten, de leenrente voor de meeste bedrijven en particulieren op een aanzienlijk hoger niveau dan de officiële rentes doen vermoeden. De ironie van de zaak is dat het goedkoopste geld beschikbaar is voor de projecten die de grootste risico’s met zich meebrengen. Zoals leningen voor hogesnelheidslijnen waar wij Nederlanders nogal slechte ervaringen hebben met de kostenoverschrijdingen en grote exploitatieverliezen. De banken moeten juist dit soort leningen op de boeken nemen tegen een lage vergoeding terwijl de kleine particulier die heel voorzichtig zijn winkel wil uitbreiden drie tot vier keer zoveel rente moet betalen. Het is dit systeem dat al jaren aan de gang is in China dat leidt tot verkeerde allocatie van schaarse middelen. Het is een verstikkende ontwikkeling die op den duur zand in de wielen van de economie strooit. Minder overheid, meer private sector, waar hebben we die slogan eerder gehoord? Het zou ook voor Chinese banken een hele verbetering zijn. Private leners verwijzen naar de zwarte markt is geen goede voedingsbodem voor verdere welvaartsstijging in China.
Arnout van Rijn, juni 2011. Deze column verscheen eerder in de DFT.